Dirk in de doos

In de gehandicaptenzorg draait alles om samenwerken en elkaar versterken. Daarbij is zeggenschap niet iets waar je alleen in staat; het is een proces van creatief samenspel tussen professionals, cliënten en hun netwerk. Dit principe van samen beslissen en handelen is essentieel om te zorgen dat iedereen gehoord wordt. Ontdek hoe dit motto in de praktijk wordt gebracht. Deze verhalenreeks, verzameld door Gea Koren (narratief coach en verhalenvanger), laat zien hoe samenwerking en openheid de basis vormen voor een veilige en fijne werkomgeving.

Dit keer sprak Gea met Annemarie Meijer. Zij werkt als ggz-agoog in verschillende rollen, zoals casemanager, trainer seksualiteit en trainer Flink! bij Ons Tweede Thuis in Aalsmeer. Het is een fijne werkomgeving, omdat er ook oog is voor de medewerkers als mens. Voor je krachten, je talenten, je leukigheid en voor je eigen inbreng. Dat is mooie zeggenschap, aldus Annemarie. In dit verhaal vertelt ze over haar passie voor mensen die het even extra moeilijk hebben.

Soms kruipt iemand letterlijk in zijn schulp

Dirk deed dat in een doos. Een grote kartonnen doos, weggestopt in een hoek van de groep. Waar anderen misschien hadden geprobeerd hem eruit te trekken, pakten Annemarie en haar collega Bibi het anders aan. In plaats van te trekken, wachtten ze. Dit is het verhaal van Annemarie over Dirk – en hoe hij, met tijd en vertrouwen, zijn weg naar buiten vond.

Een moeilijke start

Heel vroeg in mijn carrière in de gehandicaptenzorg ontmoette ik Dirk, oftewel: Dirk in de doos. Dirk was een klein mannetje dat het vanaf het begin moeilijk had. Hij werd veel te vroeg geboren en in die tijd was er minder aandacht voor hechting bij vroeggeboorte. Dat had hij duidelijk gemist. Je merkte dat aan alles. Zo was hij wantrouwend en had moeite met contact.

Dirk was klein voor zijn leeftijd. Hij was een jaar of acht, negen, had een heel hoog piepstemmetje en kon ontzettend hard knijpen. Hij ging een tijdje naar het speciaal onderwijs, maar daar liep hij helemaal vast.

De eerste ontmoeting

Ik werkte op een kinderdagcentrum samen met mijn collega Bibi. Dirk zat eerst op een andere groep, waar we hem vaak zagen zitten, vastgeclipt in een wandelwagen. Hij was verdrietig en boos. Vaak zat hij op de gang, alleen.

Telkens als we naar onze werkplek liepen, zagen we hem daar. Dat voelde niet goed. We dachten: hij is boos, hij is verdrietig, en nu is hij ook nog eens alleen. Dat konden we niet aanzien. We namen hem nog net niet mee, maar zeiden wel tegen onze leidinggevende: laat hem maar bij ons op de groep komen.

De doos

Toen Dirk bij ons kwam, stond er toevallig een grote verhuisdoos in onze ruimte. Voor Dirk was deze verandering groot en hij moest wennen. Binnen de kortste keren kroop hij in de doos. Hij parkeerde die onder een tafel in de hoek en zat erin. Dat was het. Dit is me altijd bijgebleven, omdat het zo duidelijk liet zien dat hij zichzelf een time-out gunde.

Tijd en vertrouwen

We lieten Dirk niet zomaar in die doos zitten zonder verder iets te doen. Maar er is een groot verschil tussen niet meer naar iemand omkijken en de tijd gunnen. Hij had een oplossing gevonden voor zijn probleem en wij vroegen ons af: hoe lang durven we hem in die doos te laten? Wat kunnen we hem aanbieden? Hoe nodigen we hem uit? We konden hem er niet zomaar uithalen, maar hij kon ook niet uitleggen waarom hij die doos fijn vond.

Binnen ons team waren er discussies over behandelplannen, doelen en ontwikkelingsgericht werken. Maar ons eerste doel was simpel: contact maken en zorgen dat hij zich veilig voelt.

Dirk was jarenlang overvraagd. Op school kreeg hij telkens te horen wat hij niet mocht doen. Hoe vaak was hij wel niet op de gang gezet? Hoe vaak had hij te horen gekregen dat hij er niet mocht zijn?

De kracht van kleine stappen

In die doos voelde Dirk zich veilig. We lieten hem wennen en probeerden hem stapje voor stapje uit te nodigen. We gingen naast hem zitten, keken door de handvatten van de doos en boden hem dingen aan: een dekentje, voelbakken met rijst, macaroni en koffiebonen (al at hij die op, wat niet handig was). Het gaf hem ontspanning en plezier.

Na verloop van tijd bouwden we het voorzichtig uit. We hadden een zithoek met een tafel en banken. Daar zaten Bibi en ik en zeiden: Hé Dirk, kijk eens wat we nu hebben: een gietertje voor de rijst! Zo probeerden we hem te verleiden om erbij te komen. En langzaam maar zeker kwam hij vaker uit de doos.

Het duurde drie maanden voordat Dirk echt aanwezig was in de groep. In die tijd bleven we gesprekken voeren met collega’s, om hen mee te nemen in onze aanpak. Het was goed doordacht. Het verschil was dat wij durfden om de tijd te nemen.

Geen haast, geen druk

We hadden geen strakke planning waarin op een bepaalde dag zijn grote teen uit de doos moest zijn. Ons doel was simpel: contact maken en hem laten voelen dat hij veilig was.

Voor zijn moeder was dat een opluchting. Ze had al zo vaak op zijn school gezeten met het dikke dossier van haar nog jonge kind. Ook voor haar voelde deze periode als een adempauze.

Dirk, een inspiratiebron

Na een maand of drie was Dirk gewoon een van de kinderen in onze groep. Hij bleef een mannetje met speciale behoeftes, maar we wisten hoe we hem konden helpen. Soms, als het hem te veel werd, kroop hij even terug. Later gebruikten we een grote handdoek om datzelfde geborgen gevoel te creëren. Hij had geleerd dat hij een veilige plek kon opzoeken, zonder zichzelf helemaal af te sluiten. Dan ging hij op de verwarming zitten met die handdoek om zich heen.

Deze ervaring heeft me veel geleerd over mijn werk. Soms moet je durven afwijken van de norm en kijken naar wat écht nodig is. Wie zijn wij om te bepalen wat normaal is? Hoe moeilijk gedrag ook is, er zit altijd een mooi mens achter. Daarom moet er ruimte zijn voor de zeggenschap van cliënten. Dirk mocht zeggen: ik wil graag in die doos.

Dirk heeft me iets heel belangrijks geleerd; soms is het beste wat je kunt doen, gewoon even niets. Even de tijd nemen. Vertrouwen. Wachten. En vooral iemand zien voor wie diegene echt is. Door Dirk leerde ik hoe belangrijk het is om mensen de ruimte te geven om zichzelf te zijn, om te groeien op hun eigen manier.

In mijn huidige functie van casemanager kan ik nog steeds heel enthousiast worden van ogenschijnlijk uitzichtloze situaties. Bijvoorbeeld van mensen als Suus. Zij zat in haar appartement en kwam er niet meer uit. Ze zat tussen opgestapelde dozen met spullen erin, tussen wel 6000 LP’s die stonden te verstoffen. Ze vervuilde en was aan het verzamelen geraakt. Ze hield zorgmedewerkers met haar gedrag buiten de deur. Er waren al heel wat begeleiders die het ‘opgegeven’ hadden.

Het was inderdaad ingewikkeld met binnenkomen. Ik weet nog dat ik de allereerste keer bij haar aanklopte en dat ze toen schreeuwde: ‘3 keer kloppen’. Ik had 2 keer geklopt. Dan is het dus de kunst om respectvol te zijn en te zeggen; ‘Goed dat je het zegt, ik doe het opnieuw’. En toen kwam ik binnen en zei ik ‘hallo, ik ben Annemarie’.

En daar stond ik op de deurmat. Ja, en dan? Dan is het voortdurend aftasten. Vind je het goed dat ik een stapje naar binnen doe? Ja, dat was goed. Er waren twee stoelen. De ene stond op een onhandige plek en op de andere stond wasgoed. ‘Ik zie hier een stoel. Mag ik de mand er even af halen, zodat ik kan zitten? En zo neem ik haar stapje voor stapje mee in mijn binnentreden in haar wereld.

Ook hier gaat het er, net als toen bij Dirk, om dat je de tijd neemt. Tijdens mijn bezoekjes kon ze ook echt ontzettend lelijk doen. En dan is het dus de kunst om je daar niet te veel door te laten raken. En toch te kijken naar de mens achter het gedrag. Ik zoek altijd naar een sleuteltje om elkaar te ontmoeten en dan samen te zoeken naar mogelijkheden.

Dankzij Dirk weet ik hoe belangrijk het is om te werken vanuit vertrouwen, geduld en respect voor iemands eigen proces. Die grondhouding werd een rode draad in mijn werkleven. Dirk was en blijft een inspiratiebron.

Dirk In de doos

Reflectievragen

  • Cliënten zijn soms ook onze leermeesters omdat ze je uitdagen buiten je comfortzone te treden. Ken jij een cliënt of cliënt-situatie die je heeft uitgedaagd?
  • Hoe ben jij daarmee omgegaan?
  • Hoeveel ruimte is er in jouw team of neem jij je voor om te kiezen voor een onorthodoxe aanpak?