In de gehandicaptenzorg draait alles om samenwerken en elkaar versterken. Daarbij is zeggenschap niet iets waar je alleen in staat; het is een proces van creatief samenspel tussen professionals, cliënten en hun netwerk. Dit principe van samen beslissen en handelen is essentieel om te zorgen dat iedereen gehoord wordt. Ontdek hoe dit motto in de praktijk wordt gebracht. Deze verhalenreeks, verzameld door Gea Koren (narratief coach en verhalenvanger), laat zien hoe samenwerking en openheid de basis vormen voor een veilige en fijne werkomgeving.
Hoe geef je iemand met niet-aangeboren hersenletsel weer grip op het dagelijks leven? Voor Max Verwijmeren, begeleider bij Reinaerde in Utrecht, is dat een dagelijkse zoektocht. Net als de looproutes die hij voor zijn team opstelt, bewandelt hij samen met zijn cliënten een weg vol uitdagingen en kleine overwinningen. In dit verhaal vertelt Max niet alleen over zijn eigen route naar het werk dat hij nu doet maar ook over zijn drijfveren en de bijzondere momenten die zijn dagen kleuren.
Loopbaan
Voordat ik in de gehandicaptenzorg begon, werkte ik in een kledingwinkel, een tattoostudio en voor langere tijd in de logistiek. Ik startte in het magazijn als orderpicker en heftruckchauffeur en groeide door naar een kantoorbaan als controleur en supply chain administrator. Toch miste ik het menselijk contact in mijn werk.
De overstap naar de zorg kwam door een tip van een kennis. De opleiding werd betaald, dus dat was een prettige bijkomstigheid. Ik realiseerde me door mijn werkervaring ook wel dat een diploma essentieel is om verder te groeien. Dat had ik wel gezien in mijn vorige banen. Mensen in mijn omgeving hadden al vaker gezegd dat ik geschikt zou zijn voor de zorg vanwege mijn behulpzaamheid en luisterend oor. Hoewel ik mezelf vroeger meer zag in creatieve beroepen, besloot ik toch het advies te volgen. Sindsdien werk ik dus als begeleider in de gehandicaptenzorg.
Ervaringen in de zorg
Ik werk nu ruim drie jaar in de gehandicaptenzorg, waarvan meer dan twee jaar bij Reinaerde. Na een periode bij een doelgroep die niet goed aansloot (mensen met een ernstig verstandelijke beperking), kreeg ik van mijn manager de kans om te kijken naar een plek die beter bij mij past. Samen met hem besprak ik welke doelgroep beter bij mij zou kunnen passen. Ik zocht echt naar een doelgroep waarbij ik meer kan doen met communicatie, om samen ergens te komen of om gewoon eens een goed gesprek te voeren met een cliënt. Ik ging in gesprek met begeleiders van diverse locaties en uiteindelijk draaide ik ook een dienst mee op de locatie waar ik nu werk. Inmiddels werk ik met cliënten met niet-aangeboren hersenletsel (NAH).
De cliënten verschillen in leeftijd en achtergrond, maar wonen zelfstandig. Op onze locatie wonen 28 cliënten in hun eigen appartement in een gebouw met vijf woonlagen. Sommige cliënten liepen hersenletsel op door een ongeluk of een minder handige actie. Maar de meeste letsels bij deze cliënten zijn het gevolg van een lichamelijk proces zoals een hersenbloeding, een hersenvliesontsteking of gebrek aan zuurstof.
Dat kan fysieke gevolgen met zich meebrengen, waardoor er hulp nodig is bij dagelijkse handelingen. Maar sommige cliënten ervaren ook verlies van hun spraak- en slikvermogen of hun cognitief vermogen, zoals geheugenverlies en problemen rondom oplossingsgericht denken en plannen.
Mijn taken omvatten praktische ondersteuning, zoals medicijnbeheer, afspraken maken, helpen herinneren en contactmomentjes. Daarnaast bied ik sociaal-emotionele steun en schakel ik andere disciplines in wanneer dat nodig is, zoals ergotherapie, fysiotherapie en logopedie. Ook overleg ik met de huisarts of met iemand van de apotheek als dat nodig is. En soms ga ik mee naar afspraken in het ziekenhuis als er niemand is in het netwerk van de cliënt die dat kan doen.
Waarom ik mijn werk leuk vind
Het werk is divers en draait om persoonlijk contact. Of het nu gaat om een gesprek over persoonlijke zaken of praktische hulp bij dagelijkse uitdagingen, ik geniet van het samen werken aan oplossingen. Een voorbeeld is iemand helpen bij een klusje in huis, wat vaak leidt tot spontane en waardevolle gesprekken. En een gepast geintje op z’n tijd is ook gewoon leuk. Kleine dingen kunnen iemands dag beter maken.
Zo is er een cliënt die geen tijdsbesef meer heeft. Hij gaat twee keer per week zwemmen. Dat vindt hij geweldig, dus hij vraagt heel vaak “Ga ik vandaag zwemmen?”. Laatst vroeg hij dat op zondagavond. Ik wees naar buiten en zei “Wat denk je, ga jij in het donker zwemmen?”. En toen kwam er een realisatiemomentje waar we allebei om konden lachen. Da’s mooi om samen mee te maken. Vooral omdat hij dit nu wel kan onthouden.
Ik vind de interesse van cliënten in mij als persoon ook heel leuk. Mijn uiterlijk, zoals mijn tattoos en piercings, is regelmatig een gespreksonderwerp. En vaak leidt dat weer tot een gesprek over hun eigen uiterlijk, uitgaan en ga zo maar door.
Raakvlakken
Mijn logistieke ervaring komt hier ook goed van pas. Tijdens elke dienst hebben we zogenaamde looproutes voor het zorgproces. Sommige taken moeten dagelijks, meermaals dagelijks of wekelijks worden gedaan. Die looproutes moeten best vaak geactualiseerd worden. Ik nam die taak al snel op me en ik merk dat m’n collega’s dat waarderen.
Als er iets is met wifi of een printer of iets anders praktisch dan ben ik vaak de aangewezen persoon. Mijn collega’s zeggen dan ook al gauw ‘vraag dat maar aan Max’. Dat vind ik juist leuk. Met dat kleine, praktische werk kom je sneller dichter bij iemand te staan.
Terwijl we ergens mee bezig zijn, hebben we vaak goede gesprekken. En ik laat iemand ook meewerken. Dan zeg ik ‘Kijk maar even mee, misschien kun je het de volgende keer dan wel zelf’. Of ik laat iemand wat spullen aangeven. Eigenlijk heb je dan een rustig contactmoment met iemand, terwijl het niet zo voelt.
Ook vind ik het mooi dat ik door mijn levenservaring cliënten beter kan begrijpen en ondersteunen. Soms bevestig ik gewoon dat iets helemaal niet fijn is in hun eigen krachttermen. Gewoon als mensen onder elkaar. Een andere keer bied ik vooral een luisterend oor of denk ik mee voor een oplossing.
Opleiding en ontwikkeling
Hoewel ik gemotiveerd ben om mijn diploma te halen, vind ik de MBO-opleiding minder passend. Ik leer beter door praktijkervaring dan via theoretisch onderwijs. Veel informatie in het onderwijs richt zich op doelgroepen zoals LVB en EVB, terwijl ik met cliënten met NAH werk. Ik had graag wat theorie gehad over wat een hersenbloeding is, wat het met je doet en welke complicaties erbij komen kijken.
Gelukkig leer ik veel van collega’s en interne cursussen van de Reinaerde Academy. Die cursussen zijn altijd wat ik nodig heb in mijn werk en naast een theoretisch deel is er vaak een praktisch deel. Zo heb ik scholing gehad over (brand-)veiligheid, diabetes en rouw- en verliesverwerking. Binnenkort gaan we werken met het digitaal aftekenen van de medicaties die we verstrekken, dus daarvoor kreeg ik dan weer bijscholing.
Toekomstvisie
Ik blijf me inzetten voor mijn cliënten en team. Met mijn technische vaardigheden, praktische instelling en levenservaring draag ik niet alleen bij aan dagelijkse zorg, maar ook aan een positieve werksfeer. Ik werk heel zelfstandig, maar niet alleen. Mijn doel is om mezelf verder te ontwikkelen en zo nóg meer waarde te bieden in de zorg.

Reflectievragen
- Maak jij weleens mee dat je moeite hebt met bepaalde taken, die toch van je verwacht worden? Hoe ga jij daarmee om?
- Hoe wordt er binnen jouw team/organisatie omgegaan met individuele vragen naar scholing?
- Hoe ga jij om met jouw wensen als het gaat om jouw taken of behoefte aan scholing?
