Broodjes en meer

In de gehandicaptenzorg draait alles om samenwerken en elkaar versterken. Daarbij is zeggenschap niet iets waar je alleen in staat; het is een proces van creatief samenspel tussen professionals, cliënten en hun netwerk. Dit principe van samen beslissen en handelen is essentieel om te zorgen dat iedereen gehoord wordt. Ontdek hoe dit motto in de praktijk wordt gebracht. Deze verhalenreeks, verzameld door Gea Koren (narratief coach en verhalenvanger), laat zien hoe samenwerking en openheid de basis vormen voor een veilige en fijne werkomgeving.

De kracht van samenwerking in de gehandicaptenzorg komt tot leven in de praktijk, zoals blijkt uit het werk van begeleider Simone Vogelaar. Zij combineert haar zorgachtergrond met de wereld van horeca, wat voor haar en de cliënten van Reinaerde een bijzonder waardevolle ervaring oplevert.

Meer dan koffie en broodjes

Ik werk vooral in het Eetatelier, een horecagelegenheid van Reinaerde. Ook ben ik regelmatig in het Koffieatelier, dat zich in een bibliotheek bevindt. Op beide plekken kunnen gasten terecht voor koffie met iets lekkers of een uitgebreide lunch. Alles wat je bij ons krijgt, is met de hand gemaakt door cliënten. Soms organiseren we een high tea en laatst hadden we zelfs een bruiloftsreceptie.

Door hier te werken doen mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt niet alleen werkervaring op, ze ontwikkelen ook hun sociale vaardigheden. Verdeeld over de week werken hier zo´n 24 cliënten.

Mijn functie als begeleider vraagt om een aantal belangrijke kwaliteiten: creativiteit, flexibiliteit, inlevingsvermogen en vooral humor. Tegelijkertijd ontwikkel ik mezelf ook als horecamedewerker, want als ik cliënten ondersteun in hun werk, moet ik natuurlijk zelf ook wel weten hoe iets moet.

Gelijkwaardig samenwerken

Ik heb een zorgachtergrond, maar horeca was nieuw voor mij. Op het stukje horeca werd ik dan ook wel ingewerkt door de cliënten. Dat was zo leuk en waardevol — het maakte onze samenwerking meteen gelijkwaardig. Ze waren trots dat ze mij iets konden uitleggen en vertelden met trots over hun werk.

We laten cliënten zoveel mogelijk zelfstandig het restaurant runnen. Wat iemand doet, hangt af van zijn of haar mogelijkheden. De één werkt met de koffiemachine, de ander doet de bediening, en weer een ander voelt zich fijner in de spoelkeuken. We zorgen dat er voor elk onderdeel duidelijke werkinstructies zijn, met stappenplannen en plaatjes. Er zijn instructies voor het opstarten van de dag, voor de verschillende taken én voor de afsluiting. Maandag zijn we gesloten voor gasten en gebruiken we die dag om grondig schoon te maken.

Elke ochtend samen starten

We beginnen elke dag met een gesprek rond de grote tafel in de zaak. We checken met elkaar: hoe zit je erbij? Heb je goed geslapen? Heb je zin in de dag? Soms komt daar al meteen iets naar boven wat aandacht nodig heeft.

Zo vertelde een cliënt laatst tijdens de dagstart dat ze slecht geslapen had vanwege negatieve stemmen in haar hoofd. Ze wilde graag een één op één momentje. Ik heb altijd gesprekskaartjes bij me – met daarop plaatjes van dieren – en ik vroeg haar een paar dieren te kiezen die haar aanspraken. Ze koos er vier. We spraken over haar keuze voor precies die dieren en wat ze waardeert aan deze dieren. Al snel benoemde ze de kwaliteiten van de dieren. Hierover gingen we in gesprek en ik vroeg haar of dit kwaliteiten zijn die ze zelf ook bezit. Dit hielp haar om te benoemen dat ze bijvoorbeeld net zo trouw en loyaal is als een hond en dat ze net zo goed nieuwe dingen kan leren als een dolfijn. Alle kwaliteiten die ze benoemde, schreef ik op.

Toen ze weer aan het werk ging, werkte ik mijn aantekeningen uit. Ik plakte de plaatjes van de dieren in een bestand en schreef er per dier een alinea bij met de kwaliteiten die de cliënt benoemde, in haar eigen woorden. Dit vel papier heb ik aan haar gegeven. Ze heeft het meegenomen naar huis en op haar koelkast geplakt.

De cliënt vertelde me later dat ze dagelijks nog even stilstaat bij haar kwaliteiten en dat het haar helpt positiever naar zichzelf te kijken. Inmiddels heeft ze er zelf affirmaties bij geschreven. Als ze spanning op het werk ervaart, helpt het haar al als ze alleen even aan de gekozen dieren denkt. Dan beseft ze dat ze net zo vrijgevig is als een schaap en net zo haar eigen gang gaat als een kat.

Van kwaliteiten naar doelen

We werken met persoonlijke werkdoelen. De dierenkaartjes helpen ook daarbij. Zo kun je iemand vragen welk dier hij kiest en welke kwaliteiten hij daarvan nog zou willen ontwikkelen.

Bij het opstellen van de doelen gebruik ik onder andere schaalvragen. Het cijfer 10 geeft de ideale situatie aan. Een cliënt gaf aan dat hij graag een vriendin zou willen, dat zou een dikke 10 verdienen. Ik vroeg hem: op een schaal van 0 tot 10, waar sta je nu in het ontwikkelen van een relatie? Hij zei: “een 6”. Dat is al voldoende, maar hoe maak je van die 6 een 7 of een 8? Zijn antwoord: door sociale vaardigheden te verbeteren. We bespraken hoe dat er op de werkvloer uit kan zien. Hij zei dat hij wilde leren hoe je op een professionele manier over ‘koetjes en kalfjes’ praat met gasten. Dat is nu zijn doel — uitgeprint en opgehangen in zijn kluisje. Elke dag als hij zijn kluisje opent, wordt hij eraan herinnerd.

Leren in de samenleving

Onze cliënten werken midden in de maatschappij. Ze komen dagelijks in contact met gasten en vaste bezoekers die ons werk waarderen. Soms ontstaan er mooie gesprekken. Gasten leren onze cliënten kennen en de cliënten voelen zich gezien.

Dat draagt bij aan bewustwording en acceptatie. Want als we elkaar leren kennen, groeit het wederzijds begrip. En dát is wat nodig is voor een inclusieve samenleving. Dan ontstaat er ruimte voor sociale waarden als participatie, rechtvaardigheid, zelfregie en sociale cohesie.

Meertaligheid in contact

Vanaf de eerste dag voel ik me hier helemaal op mijn plek. Naast mijn werk als social worker ben ik ook opgeleid als creatief cultureel agoog. Ik krijg op mijn werk alle ruimte om mijn creativiteit in te zetten. Ik geloof in wat ikzelf ‘meertaligheid in contact en begeleiding’ noem. Want waar woorden tekortschieten, spreken beelden, muziek of verhalen hun eigen taal.

Samen onderzoeken we wat iemand raakt, motiveert of ontspant, en hoe dat ingezet kan worden in de begeleiding. Op die manier creëren we meer zelfregie en verbinding die verder gaat dan alleen zorg of begeleiding. Dan ontstaat er ruimte voor wie iemand écht is. En dat begint soms gewoon… met een broodje.

Reflectievragen

Bij meertalligheid gaat het om taal die op een andere manier wordt uitgedrukt dan woorden. Dat kunnen plaatjes of voorwerpen zijn, maar het kan ook gaan om verhalen of muziek.

  • Maak jij in de begeleiding weleens gebruik van beeldtaal?
  • Wanneer zet je het in, kun je een voorbeeld geven?
  • Ken je cliënten die in beelden spreken? Hoe ging je daarmee om?