In de gehandicaptenzorg draait alles om samenwerken en elkaar versterken. Daarbij is zeggenschap niet iets dat je alleen doet; het is een proces van creatief samenspel tussen professionals, cliënten en hun netwerk. Dit principe van samen beslissen en handelen is essentieel om te zorgen dat iedereen gehoord wordt. Ontdek hoe dit motto in de praktijk wordt gebracht. Deze verhalenreeks, verzameld door Gea Koren (narratief coach en verhalenvanger), laat zien hoe samenwerking en openheid de basis vormen voor een veilige en fijne werkomgeving. Laten we samen aan de slag gaan en ervaren hoe zeggenschap écht werkt.
Dit keer het verhaal van Luka Doppen, ambassadeur Gehandicaptenzorg, en persoonlijk begeleider bij Estinea. Maandelijks schrijft ze een column voor Hart voor Zorg. Deze keer vertelt zij een verhaal over hoe luisteren en anders kijken kunnen bijdragen aan zeggenschap en aan de ontwikkeling van vakmanschap.
“Wat zie jij?”
Met een foto op groot formaat liep ik het centrum van Winterswijk in. Op de afbeelding: Johan, zittend in zijn rolstoel, met een magazine in zijn handen en een glimlach op zijn gezicht. Ik hield de foto omhoog en vroeg voorbijgangers: “Wat is het eerste dat in je opkomt bij het zien van deze foto?”
De reacties kwamen snel. “Hij is ziek,” zei iemand. “Hij is vast niet gelukkig,” zei een ander. “Het zal je kind maar wezen,” volgde er nog een. En iemand mompelde zelfs: “Die kan toch niks.” Sommigen keken weg. Anderen fronsten ongemakkelijk, alsof ze iets zagen waar ze liever geen woorden aan gaven.
Bijna niemand zag de mens. Wat ze zagen, was de beperking. En hoewel ik begrijp dat dat in eerste instantie opvalt, waren de uitspraken hard en dit raakte mij enorm. Johan was zoveel meer dan zijn beperking. Hij was Johan, met zijn humor, zijn pure kijk op de wereld en zijn unieke manier van communiceren.
Totdat er een jongetje van een jaar of acht naar me toe kwam. Hij keek een tijd naar de foto, wendde zijn blik naar mij en vroeg nieuwsgierig: “Is hij een schrijver?” Ik moest lachen, vanuit ontroering. Want ja, waarom niet? Hij zag een man met een blad in zijn hand, dus misschien was hij wel een schrijver.
Even later kwam er een meisje bij. Ze keek ook even en zei: “Dat is een man. En hij lacht.” Zo eenvoudig. Zij zagen wat er wél was en gaven me een stukje hoop terug. Op dat moment wist ik weer precies waarom ik doe wat ik doe. Waarom ik me inzet voor de zeggenschap van mensen met een beperking. Waarom ik wil dat hun stem gehoord wordt, ook als die stem niet via woorden klinkt.
Johan was daarin mijn grootste leermeester. Hij leerde me leven in het hier en nu. Dat je geen woorden nodig hebt om elkaar te begrijpen. Zijn puurheid, zijn humor, en de band die we hadden, betekenen nog steeds veel voor me. Hij is vijf jaar geleden overleden, maar hij heeft altijd een speciaal plekje in mijn hart.
Ik werk met mensen met een meervoudige beperking. Niet alle bewoners kunnen praten met woorden, maar wel met hun blikken, geluiden en lichaamstaal. Ik zie hun voorkeuren, hun grenzen, hun eigenheid. Maar ik zie ook hoe vaak dat over het hoofd wordt gezien in de samenleving.
Daarom zet ik mij in om hen een stem te geven, door hun verhalen te vertellen. Niet alleen om een inkijk te geven in hun leven, maar ook om onwetendheid weg te nemen en ruimte te creëren voor nieuwe ontmoetingen.
Laten we elkaar aankijken in plaats van nakijken.
Iedereen verdient een stem. Ik wil dat dat gezien wordt. Niet als een zorgvraag, niet als een beperking, maar als een mens. Zoals dat jongetje het zag. Een schrijver, misschien wel.

Reflectievragen
- Hoe zoek jij als professional naar manieren om meetellen en meedoen in de samenleving te bevorderen? En kaart je het aan wanneer dit in het gedrang komt?
- Waar kan jij je kwaad over maken als het gaat om emancipatie van mensen met een beperking?
- Wanneer heb jij dat in het gedrang zien komen?
- Welke voorbeelden heb je meegemaakt waarin iemand juist tot zijn recht kwam?
