Anne Gehring en Vera Ketelaars zijn de drijvende krachten achter de VONK-voorstelling, waarin de toekomst van de gehandicaptenzorg voelbaar wordt gemaakt. Anne is theatermaker en moeder van een zoon met Downsyndroom. Ze zet zich in voor inclusie en leidt een kunstschool voor kinderen met een beperking. Vera is naast acteur, scenarioschrijver van het stuk. Vera en Anne vormen samen het theatergezelschap Gehring en Ketelaars. Ze hebben in hun werk veel ervaring opgedaan op het snijvlak tussen zorg en theater. In dit interview nemen Anne en Vera ons mee achter de schermen van VONK: wat raakte hen tijdens het vooronderzoek, welke scènes blijven ze het meest bij, en hoe theater kan zorgen voor kleine vonkjes die grote gesprekken en nieuwe ideeën op gang brengen.
Wat vonden jullie het meest opvallend tijdens het vooronderzoek voor de voorstelling?
‘Wat mij echt raakte, was hoe open iedereen was bij de organisaties waar we kwamen’, vertelt Anne. De organisaties Aveleijn en Bartimeus lieten ons zien wat goed gaat, waar geëxperimenteerd wordt én waar het soms schuurt. We kregen echt een kijkje achter de schermen. Het bevestigde voor mij ook dat er geen ‘one-size-fits-all’ oplossingen zijn voor mensen met een beperking. Alles is maatwerk, een zoektocht.’
Vera beaamt dat. ‘Wat mij opviel tijdens het vooronderzoek was: hoe meer mensen op de vloer werken, hoe drukker ze zijn met de dagelijkse dingen zoals het helpen van cliënten of het rondkrijgen van roosters. Dan is er nauwelijks ruimte om te kijken te kijken naar de toekomst. Dat gaf ons inspiratie om scènes te maken die zowel herkenbaar als prikkelend zijn.’
Welk moment in de voorstelling vinden jullie het leukst of meest bijzonder?
‘Er zijn meerdere momenten in de voorstelling die mij bijblijven’, vertelt Anne. ‘Het grappigste moment vind ik wanneer Ivo (acteur) in gesprek gaat met AI, maar het mooiste moment vind ik de monoloog van Vera aan het einde. In deze scene komt een medewerker in beweging. Ze verzet zich in het stuk tegen de veranderingen, omdat ze bang is dat de zorg voor de client achteruitgaat. Aan het eind ontdekt ze waar ze wél in beweging kan komen en hoe ze daarin kan behouden wat voor haar de essentie van goede zorg is.’
‘Ik houd ook enorm van het interactieve moment met Ivo en het publiek, vroeg in de voorstelling’, vertelt Vera. ‘Het publiek is dan nog wat voorzichtig, maar iedereen doet altijd mee. Dat voelt als een perfecte start, en het zorgt ook voor een goede energie in de zaal!’
Hoe reageert het publiek op de voorstelling?
‘Het was in het begin best wel spannend of we de juiste toon te pakken hadden en of de scenes wel herkenbaar genoeg zijn’, legt Vera uit. ‘Maar zodra we spelen, voel je echt iets gebeuren in het publiek. De voorstelling laat zien hoe waardevol het werk in de gehandicaptenzorg voor het publiek is, en om ze dat gezamenlijk te laten ervaren is fantastisch.’
‘Ik ben vooral trots dat we met deze voorstelling een klein steentje kunnen bijdragen aan de toekomst van de gehandicaptenzorg. De voorstelling is een opstap voor de gesprekken die medewerkers in hun eigen organisatie over de toekomst gaan voeren. Het publiek stelt zich echt open voor een nieuwe vorm, en dat is mooi om te zien.’
